Ik ben een echte binge-lezer

Ik ben een echte binge-lezer

24 januari 2020 1 Door Janneke Huisman

Het Nederlands Dagblad heeft een paar weken geleden een interview bij Marijke afgenomen. Als je het Nederlands Dagblad niet leest, maar wel dit artikeltje wilt zien, kan dat nu, want heb ik toestemming gevraagd en gekregen om het hier te posten. Het is een artikel wat inzicht geeft hoe het leven van een zendingskind/ jongere eruit kan zien. Nogal eens een ander perspectief dan ouders of omstanders. Dank voor je eerlijkheid, Marijke. Het is een pracht artikel, zo kennen we je.

De jeugd van tegenwoordig, wie is dat? Vandaag: Marijke Huisman (17) uit Bennekom. Ze is net verhuisd vanuit Kroatië naar Nederland, volgt volwassenenonderwijs in Ede en leest graag boeken van C.S. Lewis.

‘De afgelopen jaren woonde ik in Kroatië omdat mijn ouders daar zendingswerk deden onder Roma-kinderen. In juni verhuisden wij naar Nederland. Dat was een grote verandering voor mij, want ik heb langer in andere landen gewoond dan in Nederland. In Kroatië woonde ik sinds mijn dertiende, daarvoor woonde ik drie jaar in Nederland en weer daarvoor woonde ik in Engeland en in Canada. In Engeland werkten mijn ouders voor Wycliffe Bijbelvertalers en in Canada studeerde mijn vader filosofie.

Afgelopen zomer woonden we tijdelijk in een pastorie in Randwijk en een maand geleden verhuisden we naar Bennekom. Dit is een handige plaats, want ik kan op de fiets naar Ede waar ik naar het Voortgezet Algemeen Volwassen Onderwijs ga. Vorig jaar heb ik al een paar examenvakken afgerond, dit jaar ga ik daarmee verder en volgend jaar hoop ik dan mijn vwo diploma te hebben. In Kroatië had ik al staatsexamen Engels gedaan omdat we eerst van plan waren daar langer te blijven.

We verlieten Kroatië vrij onverwachts, pas in maart werd dat besloten. Mijn zusje van zestien wilde graag naar het mbo en dat kon daar niet. Daar kwam bij dat mijn andere zusje van veertien graag naar een Nederlandse school wilde. Ikzelf wilde liever in Kroatië blijven: daar kende ik veel mensen en ik wist niet wat ik kon verwachten van Nederland. Bovendien had ik vrijwel alleen maar negatieve herinneringen aan Nederland. Toen wij op mijn tiende vanuit Canada hier kwamen, heb ik geen leuke tijd gehad. Het was afschuwelijk. We woonden in Toronto, een heel grote stad, en in Nederland kwamen we terecht in the middle of nowhere. Op school ervoer ik weinig begrip voor onze situatie: mijn zusjes werden automatisch een klas lager ingedeeld vanwege hun taalachterstand terwijl ze erg slim zijn. Ik vond het ook vreemd dat vrienden en familie tegen ons zeiden: “Wat fijn dat jullie weer terug zijn.” Voor mij voelde het niet als terugkomen, want ik kende Nederland amper. In Canada zaten we als gezin in hetzelfde schuitje, we waren allemaal eigenlijk vreemdelingen, maar in Nederland voelde ik me eenzaam omdat mijn ouders wel een gevoel van thuiskomen hadden.

Gelukkig valt Nederland mij tot nu toe erg mee. Het is fijn om onze familie weer te zien en naar school te gaan. Op het volwassenenonderwijs zitten vooral mensen die gezakt zijn en in een paar vakken opnieuw eindexamen moeten doen. Ik volg dus meer vakken dan de meeste anderen, maar dat vind ik niet erg. Verder is het fijn dat hier in alles meer keuze is. Als ik iets wil kopen, kan ik dat heel makkelijk doen en wordt het pakketje de volgende dag al bezorgd. In Kroatië duurde dat een paar weken. En stel dat ik een hobby zou willen zoeken, dan kan ik hier letterlijk alles doen.

Doordat ik nu naar school ga, heb ik minder tijd voor mijn grootste hobby: lezen. Ik lees met name graag Engelse literatuur. Verder heb ik bijna alle boeken van C.S. Lewis gelezen en van de apologeet G. K. Chesterton. Fictie lees ik ook wel, maar dan moet zo’n boek wel iets religieus bevatten, zoals de boeken van Chaim Potok. Ik ben een echte binge-lezer: als ik eenmaal bezig ben in een boek, lees ik het in één keer uit. Naast lezen borduur ik graag terwijl ik een boek luister of de BBC aanzet. Voor een oudere mevrouw in Kroatië heb ik een groot wandkleed gemaakt met daarop een icoon, dat was een behoorlijk tijdrovende bezigheid. Met haar houd ik contact: ik mail regelmatig waar ik mee zit en wat er allemaal gebeurt. Zij heeft veel levenservaring en is zelf zendeling, dus ze snapt mij heel goed.

Met mijn vader praat ik ook veel, voornamelijk over bepaalde dogma’s of theologische onderwerpen. We praten niet over emoties, ik ben niet zo’n type om het over persoonlijke zaken te hebben. Ik huil heel snel en dat wil ik liever niet bij mijn familie omdat ik die elke dag zie. Misschien is het zoals Anne Frank in haar dagboek schrijft, dat je je gevoelens minder makkelijk deelt met de mensen die bij je in huis wonen. Met mijn twee zusjes ben ik heel close, door de vele verhuizingen zijn zij vrienden die altijd meegaan. Bovendien kregen wij altijd met z’n drieën thuisonderwijs van een Nederlandse juf, terwijl mijn broertje naar een Kroatische school ging.

Volgend jaar neem ik een tussenjaar om uit te zoeken wat ik wil studeren. Ik zou graag in het buitenland een studie volgen, maar aan de andere kant is het ook relaxed om nog thuis te wonen. Ik ben geen praktisch type en als je op jezelf woont, moet je veel dingen zelf kunnen. Mijn zusje is veel praktischer ingesteld, zij kookt drie keer per week en kan goed schilderen. Ik vind koken niet leuk, waarom zou ik het dan gaan doen? Het liefst zou ik drie studies volgen – literatuur, geschiedenis en theologie – maar helaas moet ik gaan kiezen. Het lijkt mij wel aardig om voor altijd te blijven studeren en professor te worden. Ik vind school gewoon heel erg leuk.’

Bron: Nederlands Dagblad, 4 januari 2020, ‘Nederland valt me tot nu toe erg mee’